|
De opleiding gestalttherapie bestaat uit 4 leerjaren
De opleiding tot gestalttherapeut is een dynamisch, wisselwerkend proces van:
-
kennisinhoudelijke ontwikkeling
-
ontwikkeling vakbekwaamheid
-
persoonlijk ontwikkeling.
Deze drie ontwikkelingen zijn nauw met elkaar verbonden, maar krijgen in de verschillende leerjaren een ander accent.
In het begin krijgt dit proces vooral gestalte in de relatie tussen de studenten onderling en tussen de studenten en docenten, maar verschuift gedurende de opleiding steeds meer in de richting van het werken binnen de therapeutische relatie buiten de opleiding. Studenten en docenten worden uiteindelijk collega's. Onze opleiding biedt de mogelijkheid om in het 3e en 4e jaar het leertraject aan te passen aan het specifieke werkveld en de specifieke ervaringen en behoeften van de student.
Dit gebeurt in overleg met de persoonlijk mentor.
Eerste jaar: theorie en ervaring
Zij die aan de gestaltopleiding deelnemen hebben bij voorkeur minimaal liefst 60 uren gestalttherapie gevolgd en zo aan den lijve ervaren wat gestalttherapie is. Als men aan de gestaltopleiding gaat deelnemen is het van belang dat dit niet geschiedt vanuit een behoefte aan therapie, maar vanuit de wens en het enthousiasme om zich te verdiepen in de gestaltbenadering en/of om gestalttherapeut te worden.
Om dit feit te beklemtonen, ligt de nadruk in het eerste jaar op het leren omgaan met de gestalttheorie. Theoretische inzichten worden getoetst en verbonden met de eigen therapeutische ervaring.
Deze opzet van het eerste jaar wordt zichtbaar in de eis tot het bestuderen van het boek ”De gestalttherapie tussen toen en straks” van Georges Lambrechts (EPO, Antwerpen, 2003), de themaweekends die opgebouwd zijn rond de basisbegrippen van de gestalttheorie en de eindpaper over een begrip uit de gestalttheorie, verbonden met de ervaring binnen de opleidingsgroep.
Tweede jaar: de begeleider als instrument
Een begeleider is meer dan een intellectueel met kennis van de begeleidingstheorie. Hij is iemand die de theorie ziet als basis van een goede praktijk en de praktijk als de enige legitieme basis voor een goede gestalttheorie. Het toe-eigenen van de gestalttheorie, waarmee de opleiding begon, wordt in het tweede jaar weliswaar onverminderd voortgezet, alleen nu komt als een belangrijk thema het ontwikkelen van de begeleider als zijn belangrijkste ‘instrument’ binnen de begeleidingsrelatie aan de orde.
De nadruk ligt op de training in het relationele gewaarzijn en het herkennen van de eigen rol in relationele processen. Deze opzet van het tweede jaar wordt zichtbaar in de themaweekends die focussen op de verschillende gebieden van de therapeutische relatie en het persoonlijk werken voor de groep door de student. Het studiejaar wordt afgesloten met de presentatie van een portfolio of eigen brochure waarmee de student zich kan presenteren in de buitenwereld, dan wel in het volgende studiejaar zich kan presenteren aan zijn cliënten.
Derde jaar: therapeutische vakbekwaamheid
Na deze voorbereidende training van twee jaar wordt nu een stap gezet naar de therapeutische praktijk met haar specifieke problemen en thema's. De processen die in het eerste en tweede jaar zijn ingezet worden in het derde jaar onverminderd verdiept. De nadruk komt sterk te liggen op het daadwerkelijk werken met cliënten, waarbij het ontwikkelen van vakbekwaamheid en het opbouwen van een eigen praktijk op de voorgrond komen. Belangrijke thema’s zoals gestaltdiagnostiek, intake, overdracht e.d. zijn thema’s tijdens de opleidingsweekends. Deze opzet van het derde jaar wordt ook zichtbaar in het therapeutisch werken voor de groep als cliënt, therapeut en observator, het volgen van supervisie en het praktijkexamen aan het eind van het jaar.
Vierde jaar: integratie en collegialiteit
Het vierde jaar staat in het teken van de integratie van al het geleerde tot een eigen therapeutische stijl. Van belang in dit leerproces blijft dat de toenemende complexiteit, die eigen is aan een opleiding tot gestalttherapeut niet leidt tot moralisme en/of perfectionisme, maar dat het vitaliteit genereert. Doel van de opleiding is immers een vitale gestalttherapeut die in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zijn werken met cliënten. Dit streven in het afsluitende jaar leidt ertoe dat de studenten meer dan in de hieraan voorafgegane jaren wordt uitgenodigd ook tijdens de opleidingsweekends zelf vormen en hulpmiddelen (respectievelijk hulpbronnen) te ontwikkelen (en te zoeken) die hen helpen bij de uitoefening van het vak van gestalttherapeut. De opzet van de opleidingsweekends zijn daarom meer gericht op zelfwerkzaamheid waarbij de thema’s een meer open invulling kennen.. Het gewaarzijn van, en reflecteren op het proces komt expliciet aan de orde in de supervisieweekenden. De afsluiting krijgt haar vorm in een uitgebreide scriptie met casuïstiek die in een eindgesprek verantwoord dient te worden.
Trainers: Greet Cassiers, Erik Cuyvers, Ernst Knijff, Mathilde van der Linde, Frans Meulmeester, Suzan Vloet.
|